Home » Blog » Waarom afvallen soms moeilijk lukt

Waarom afvallen soms moeilijk lukt

Gepubliceerd op 16 november 2019 om 11:11

... hoewel je alles goed lijkt te doen

Je denkt dat je alles goed doet: je eet gezond, je sport regelmatig en natuurlijk drink je 2 liter water per dag.  Maar aan je gewicht verandert er niets.  Sterker nog: je krijgt er misschien nog een paar kilo’s bij. 

In deze blog leg ik je uit waarom afvallen soms moeilijk lukt, hoewel je alles goed lijkt te doen.

Soms is er sprake van een verstoring op hormonaal niveau.  Ghreline, leptine en insuline zijn hormonen die het centrale zenuwstelsel informeren over de voedingstoestand. 

Ghreline is het zogenaamde “hongerhormoon”, het is een belangrijk hormoon voor mensen die willen afvallen.  Ghreline is het stofje dat bericht geeft aan je hersenen dat er behoefte is aan eten.  Wanneer je te veel ghreline in je lijf hebt dan kan dit resulteren in over-eten.  Je hunkert naar voedsel en wil graag in één keer zoveel mogelijk eten.  Een verstoring van het ghreline-niveau komt vaak voor bij mensen met overgewicht maar bijvoorbeeld ook bij vrouwen ouder dan 40 jaar.

Daarnaast kan je leptine-niveau verstoord zijn.  Leptine is het hormoon dat aan je hersenen vertelt dat je maag vol is, dat je genoeg hebt gegeten.  Dit hormoon bepaalt het gevoel van verzadiging.  Daarnaast regelt leptine ook de stofwisseling.  Het bepaalt of je vet gaat verbranden of vet gaat opslaan.

Tenslotte kan er ook sprake zijn van een verstoring van je insulinegevoeligheid.  Wanneer je suiker eet dan krijg je een snelle boost van energie.  Het glucosegehalte in je bloed, ofwel je bloedsuikerspiegel, stijgt. Je alvleesklier krijgt signaal om het hormoon insuline aan te maken.  Insuline is nodig om glucose naar de cellen te brengen, om daar omgezet te worden in energie.  Door het te vaak en te veel eten van suiker of geraffineerde koolhydraten raakt je bloedsuikerspiegel uit balans.  Je krijgt dan eerst een piek en nadat de insuline zijn werk heeft gedaan, komt er een dal.  Je krijgt een energiedip.  Een voortdurende hoge insulineproductie verstoort je stofwisseling.  Zolang er insuline in je bloed circuleert, zal je lichaam geen vet verbranden.  Gebeurt dit te vaak dan gaat je lichaam het vet gewoon ‘vastzetten’.  Je lichaam vergeet als het ware dat het vet kan verbranden om energie te krijgen.  Ook wanneer je minder gaat eten.

Naast een hormonale verstoring, kan stress de oorzaak zijn van een gebrek aan gewichtsverlies. Wanneer je lichaam langdurig onder stress staat (we spreken dan van chronische stress) dan verhoogt het cortisolniveau in je bloed.  Cortisol zorgt voor meer eetlust én stimuleert de opslag van vet.  Daarnaast zet cortisol ook de “poorten” van de cellen toe, wat maakt dat voedingsstoffen minder goed opgenomen worden.

Daarnaast kan ook gebrek aan beweging verklaren waarom je minder eet dan je verbruikt maar toch geen gewicht verliest.

Tenslotte heeft ook je darmflora een invloed op het proces van afvallen en bijkomen.

 

Conclusie: Om een gezond gewicht te bereiken moet je niet alleen gezond eten (eet maximaal groenten en fruit, vermijd snelle suikers, eet zoveel mogelijk onbewerkte producten, eet volop goede eiwitten en gezonde vetten, eet niet te snel en beperk je maaltijdfrequentie tot max. 3 maaltijden per dag) maar ook je stressniveau onder controle houden (denk aan ademhalingsoefeningen en vooral ook de hartcoherentie).  Daarnaast is het belangrijk voldoende beweging te nemen.  Tenslotte zijn ook een goede darmflora en een optimale nachtrust erg belangrijk.

 

Heb je specifieke vragen of weet je niet waar te beginnen?  Neem dan snel contact met me op via email of via het contactformulier.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.